Italiaanse Rivièra

De gedroomde buitenruimte

We naderen het haventje vanaf de Ligurische zee. We zijn op 40 kilometer van Genua in de Middellandse Zee. De gehuurde motorboot die daarnet nog als een vrije zwaluw over het water schoot is nu bereid om kalm en waardig deze kleine kustplaats binnen te varen. Hij is weer boot geworden. Dit onder luid protest van de kinderen die zeggen niet te begrijpen waarom je een speedboot huurt om vervolgens een haventje binnen te lopen. Maar iets zegt mij...
Ik zie vanuit de verte de gesloten halfronde wand van de geveltjes. Die gekleurde huizen, met die vier lagen; die stompe daken en die bergsilhouetten daarboven... volgens de kaart is dit het mondaine Portofino, waar de jetset verblijft en miljardair Silvio Berlusconi een tweede huis heeft. Ik begin het te herkennen. Volgens de kaart in mijn eigen hoofd is dit het haventje waar die mooie Sophie Marceau in de film Beyond the clouds liep en kom ik nu op een ongebruikelijke manier in een filmdecor binnen.
Ik zag de film op een onverwacht moment op televisie, niet gewapend tegen zoveel schoonheid. Ik viel er halverwege in en begreep er niets van, maar het was adembenemend mooi, teder en waarachtig. Het ging over mensen die alles verkeerd deden in hun leven, zoals verliefd worden op de dag voor ze in het klooster zouden intreden. De beelden waren oogstrelend. Het bleek een film uit 1995 van Michelangelo Antonioni, met Wim Wenders als assistent en als acteurs zag ik de geheimzinnige John Malkovich, de beeldschone Sophie Marceau en Irèna Jacob, de joyeuze Marcello Mastroianni en de aantrekkelijke Jeanne Moreau. Voor de muziek tekenden Van Morrison, Brain Eno en U2. Moet er nog zand zijn?
Ongeveer een vierde van de film was opgenomen in een kleine haven aan de Italiaanse Rivièra. De acteurs lopen in een elegante wereld, een openbare ruimte vol sensualiteit. Ik heb de film nooit teruggezien of er zelfs meer over gehoord. Ik moet hem zijn vergeten, tot nu, een aantal jaren later...
Het is dus mogelijk om een zo verfijnde buitenomgeving te laten bestaan. Ik loop verdwaasd en als betoverd rond in dit publieke domein. Natuurlijk barst het van de toeristen maar ik zie ze niet, heb alleen maar oog voor de manier waarop de tijd deze plaats heeft gekneed tot een zo sensibel aanvoelende leefwereld. Hoe het zo is tot stand gekomen, beetje bij beetje, over zoveel jaren, dat blijft echter verborgen. Natuurlijk regent het hier ook wel eens en zal het hier ’s winters koud zijn, maar dat schijnt geen invloed te hebben op de inrichting. Weliswaar ligt Portofino aan de zee, maar dat ligt Oostende of Scheveningen toch ook, maar die zien er niet zo waarachtig uit alsof uit de grond zijn gegroeid. Het haventje is klein, maar dat is het ook in het Nederlandse Urk of het Belgische Lillo en ondanks die mooie namen spreken zij minder tot onze verbeelding dan Portofino. Hier, aan de Italiaanse Rivièra hangt in elk straatje of steegje het gevoel van het onverwachte, de kans om Gina Lollobrigida of Sophia Loren of misschien wel Homerus in eigen persoon tegen het lijf te lopen. Reeds in 1889 werd de Franse schrijver Guy de Maupassant getroffen door de buitengewoonlijke schoonheid van Portofino en wijdde hij één van zijn gedichten aan deze badplaats. Hier doet de alledaagsheid zich voor als verheven schoonheid. Hier eet je inktvis op z’n Napolitaans, rog op z’n Siciliaans of zwaardvis op z’n Genuaans.
Een weggegooid papiertje op straat kan hier zelfs ontroeren, een achtergelaten rommelzakje geeft couleur locale, een spetterharde scooter zorgt niet voor overlast maar geeft het geluidsdecor een pittoresk accent. Beton wordt weggepleisterd, asfalt is inheems en al de rest is van natuursteen. Het pleisterwerk wordt geschilderd, uit het asfalt groeien palmen, de natuursteen vormt een eeuwenoud patroon.
Hetzelfde beeld bieden alle verderop gelegen dorpjes en badplaatsen, Paraggi, Rapallo, Santa Margherita, ... Of je ze nou bereikt per boot vanuit zee of per auto via de slingerende en smalle kustweg, overal wuift diezelfde warme en sensibele sensualiteit je welkom toe op de straten en de pleinen. Waarom zijn de American Bars hier wel zo natuurlijk? Waarom lijken de kleren in de etalages van Armani, Vuitton, Gucci zo gewoon, alsof ze hier thuishoren en hebben ze een pose alsof ze zo, als bij toeval, op het strand zijn gevonden. Waarom heeft zelfs de parkeerwachtster eenzelfde air als de Venus van Botticelli?
De gevels van de eenvoudigste huizen zijn in bonte kleuren geschilderd waardoor ze met elkaar tezamen het harmonieuze decor voor een lichte operette vormen. De patriciershuizen zijn voorzien van ingewikkelde en fijn uitgewerkte trompe-l’oeils, meesterlijk geschilderd, waar de zeewind weinig invloed op schijnt te hebben. Daardoor stralen de straten een grote rijkdom uit die rechtvaardigt dat iedereen alle tijd van de wereld schijnt te hebben. Niemand werkt of maakt zich moe, iedereen schijnt te moeten zijn waar iedereen voortdurend al is, als figuranten in elkaars film. En zelf speelt men de hoofdrol. Men speelt de wereld. Waarom zou men hard werken als men al in het paradijs is aanbelandt?
Het paradijs is immers een verblijfplaats van uitzonderlijke bekoorlijkheid en lieflijkheid, die eeuwigdurend is en onveranderlijk blijft. Wel, dat kan gerust gesteld worden van deze plaatsen en dorpjes, gegroeid uit de tijd, onbewogen voor ’s mensen bestemming. Waar het begrip openbare ruimte wordt uitgesproken als aards paradijs. Is er hier iets dat nog moet groeien of heeft alles zijn definitieve vorm al bereikt? De architectuur zit in de kerken, de beeldende kunst vindt men op gevels en in parken. Op straat hoort men de opera en in de luid sprekende stemmen in de cafés klinkt het toneel en de dramatiek. De poëzie zit verborgen in de geschiedenis van de plek. De beweging van de golven en de wind weerspiegelen de dans en in het flaneren van de playboys en de elegant geklede lovers door deze mondaine wereld schuilt de ritmiek van het ballet. En dan zijn er de tuinen...

Zoals de tuin van Villa Durazzo. De tuin ligt als een bekroning op de hoogste plek in het stadje Santa Margherita Ligure, een van de mooiste aan de Liguriaanse kust en geboorteplaats van Christoffel Columbus. Die staat zelf nog steeds als standbeeld op de strandpromenade, hoog op een sokkel, naar de verte te wijzen. Men kan zich afvragen waarom hij zijn geboorteplaats ooit heeft willen verlaten. Hij wijst naar ginder maar het is hier te vinden.
Omhoog wandelend door de kleine straatjes, voorbij de kerk, komt men bij de tuin van de Villa. Vraag niet naar de tuinen of naar Durazzo, niemand zal ze kennen. Vraag gewoon naar de Villa en iedereen wijst u weg. De Villa werd in de 16de eeuw gebouwd door Marquis Gio Luca Durazzo op de San Giacomo berg, en in de 17de eeuw omgeven door het schitterende terras, met een panoramisch uitzicht over de baai en de haven. Wie hier staat te kijken wil nooit meer weg. Behalve Columbus dan...
Dit haventje werd overigens door Napoleon Bonaparte in 1812 omgetoverd in Porto Napoleone. Dat duurde echter slechts 3 jaar. Toch is het een indrukwekkende gedachte daar te staan waar hij ook stond en te zien wat hij ook zag.
Pas in 1850 werd het stadje als een vakantieplaats (resort) ingericht. Er werden palmen uit Noord Afrika geplant, een kiezelstrand aangelegd en een promenade geplaveid. Er verrezen villa’s van de aristocraten uit Genua, de oligarchie van 23 families. In hun spoor kwamen de hogere klassen uit Engeland, Rusland en Duitsland. Tot vandaag is het hier wat chic gebleven en is er geen massatoerisme ontstaan. In het haventje ziet men de vissersboten terugkomen van de jacht. Met hun vangst bevoorraden zij dagelijks de kleine vismarkt waar om vier uur 's middags de verkoop plaatsvindt. Kom niet te laat om dit spektakeltje mee te maken. Het zijn de restaurants die alles opkopen en waar u in de zwoele avonduren terecht zult kunnen voor het frisse verse wat de zee te bieden had vandaag.

Maar nu dus eerst naar boven, de heuvel op naar de Villa. De tuinen zijn openbaar park geworden en vrij toegankelijk. Langs het kronkelend tegelpad, voorbij de grote ceders klimt u omhoog in een dicht beplant park. Het wordt hier stil, de geluiden van de stad en het leven blijven beneden. Slechts het gezang der cicaden omlijst het stijgende pad van rode klinkers, ingelegd in witte kiezelstenen. Sparren, palmen, eiken. De hortensia’s staan in plantvakken als bijzonderheden, het gras is indrukwekkend groen voor deze droge contreien. Hier moeten oude ervaren tuinmannen aan het werk zijn geweest, maar die laten zich niet zien. Beneden lijkt het tuinpark nog wat achteloos, wat nonchalant en evocatief. Maar stijgend naar de top wordt alles meer en meer getemd en geknipt. Er verschijnen haagjes en standbeelden. Het sensibele wordt sensueel. Het standbeeld van Euristide nodigt uit. Bij de Villa aangekomen dient u er rekening mee te houden verpletterd te zullen worden door de terrassen. Het zitten veredelt zich hier tot een kunst. Aan de voorkant van de villa, waar u geniet van het zicht dat Napoleon had over de zee is de vloer heel eenvoudig gehouden. Aan de schaduwzijkant ligt een ruitpatroon als een soort dansterras, aan de zonnezijkant ligt een halfverharding met grote bomen. Dan is er de achterkant, waar u achteloos en toevallig langskomt. Honderduizenden kiezels vormen een indrukwekkend patroon van zwarte en witte pebbles. Achteloos is er nog een waterput aan toegevoegd. Hier kijkt men uit over het achterliggende heuvellandschap dat misschien als niet zo indrukwekkend werd ervaren en daarom maar wat werd opgeluisterd door deze terrasvloer. De gebouwen zijn van de Universiteit van Genua, met daarin een bijzonder goed theehuis. Als u wilt bekomen ga dan in de buxustuin genieten van de tearoom. Fijn gebak met verse drankjes wachten op u. Neem alle tijd, want wie zou er nu willen werken in het aards paradijs?

Michel Lafaille
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting
   
© 2006-2011 Copyright Michel Lafaille - alle rechten voorbehouden