Stockalpergarten te Brig

Een onverwachte ontmoeting

Dwars door het Zwitserse kanton Wallis (le Valais) loopt een kaarsrechte weg. Links en rechts liggen de zware massieve bergen, de 4000 plus jongens van Europa’s hoogste bergketen: de Alpen. De Romeinen bewogen zich vanaf de tweede eeuw al langs deze rechtlijnige weg en de soldaten van Napoleon maakten hem nog rechter en plaatsten er Italiaanse populieren langs, zoals ze dat overal deden om hun troepen vlugger te laten bewegen. Er waren toen nog geen snelwegen of tunnels onder de bergen door. Vanuit de lucht ziet Wallis er uit als een rechte vallei, met een knik in het midden. Daar ligt het stadje Brig.

Stockalper
Op die plaats begint ook een zijvallei richting Simplon, een van de poorten naar Italië. Indertijd een route van levensbelang voor de handel en daarmede voor de cultuuruitwisseling tussen Italië, Zwitserland en Frankrijk die indertijd via de Simplonpas in de bergen met elkaar waren verbonden. Het was ene Kaspar Stockalper (1609-1691), een handelaar en financieel genie, die de route uitbouwde en op lastige punten versterkingen liet plaatsen. Het was de tijd van de muilezels en de drijvers, het was de tijd van de zijde uit Italië en het was de tijd van het zout. Vooral het recht op de handel in zout. Stockalper die het monopolie op de zouthandel bezat, werd de ongekroonde koning van Wallis; de heerser over de Simplon. Hij werd zeer vermogend, was bevriend met keizer en paus en hij wilde ook laten zien dát hij dat was. Hij bouwde in de stad Brig zijn slot, als overslagplaats van de goederen. Het werd een kasteel met drie torens genaamd Caspar, Melchior en Balthazar, zoals de drie koningen. De bouwtijd lag tussen 1658 en 1678 en de onderneming werd de grootste privé-woning van Zwitserland, met een prachtige binnenplaats van arcaden. Naast zijn eigen slot was Stockalper ook nog bouwheer voor de kerk Maria Hemelvaart in Glis, het kanaal van Vouvry naar Collombey, het Kollegium Spiritus Sanctus en het klooster St. Ursula. Het verhaal liep echter slecht af, de bevolking werd afgunstig, Stockalper werd van landverraad beticht en moest vluchten naar Italië. Zijn vermogen werd geconfisqueerd. Na twee jaren mocht hij als oude man terugkeren naar Wallis om er te sterven.

Slottuin
Brig is nog steeds strategisch gelegen, zij het vandaag op het gebied van de spoorwegen. De opening van de Simplon spoorwegtunnel in 1906 (een tweede tunnelbuis werd in 1922 geopend) en de aansluiting op de Lötschbergspoorlijn naar Bern maakten Brig tot het grote verkeersknooppunt dat het heden is. Het hooggelegen station werd gebouwd op het puin dat vrijkwam bij de aanleg van de Simplontunnel naar Italië. Internationale treinreizigers kennen waarschijnlijk alleen het station in Brig. Dat is jammer want het stadje is aangenaam om te wandelen in het voetgangersvrije centrum met zijn smalle straatjes. Veel huizen zijn in Italiaanse stijl gebouwd, want de Italianen waren indertijd betrokken bij de aanleg van de Simplontunnel. Opvallend veel panden hebben een torentje, dat alleen gebruikt werd om daarin het vlees te drogen. Waar men ook is, overal kan men tussen de gevels door de torens van het Stockalperslot zien staan.
Zo rondslenterend met een Zwitserse kennis gebeurde het dat wij dichter en dichter in de buurt van het slot kwamen, tot zij ons attent maakte op een aanliggend parkje. Der Schlossgarten, wees zij ons aan. Het is nog maar enkele jaren geleden vernieuwd en of wij er even doorheen wilden lopen? Ze keek er best trots bij en liep zelf al in de aangewezen richting vooruit.

Ontwerp
Vanuit de hierboven vermelde historische gegevens en de belangrijkheid van het slot die uit dat verleden spreekt, kan men begrijpen dat eind vorige eeuw werd besloten de directe omgeving van het kasteel opnieuw in te richten. De tuin van het slot was in de loop der jaren verwilderd en verpauperd, zelfs als campingplaats misbruikt en in de periode tussen 1955 en 1961, toen het slot zelf gerestaureerd werd, als stortplaats voor het bouwafval gebruikt. Daarna werd de plaats een beetje opgevrolijkt met wat groen, maar van de oorspronkelijke glans van de plek was niet veel meer over dan alleen nog de topografie.
Aan vier gerenommeerde tuin- en landschapsarchitecten werd door de stad Brig en de stichting die het slot beheert een studieopdracht gegeven voor een herinrichting. Het waren Jane S. Bihr-de Salis, Michel Desvigne, Prof.Dr. Dieter Kienast en Weber & Saurer. Unaniem is het studieplan van Dieter Kienast door de jury uitgekozen. Kienast was een internationaal bekend landschapsarchitect van het Büro Stöckli, Kienast und Köppel die in 1995 een eigen bureau oprichtte met Günther Vogt en zijn vrouw Erika Kienast-Lüder. Kerstmis 1998 overleed Dieter Kienast aan kanker, een grote schok voor de Zwitserse en de internationale tuin- en landschapsarchitectuur.
Het plan van Kienast werd vervolgens in de jaren 2000-2002 gerealiseerd door tuin- en landschapsarchitect David Bosschard. De aanleg en de beplanting werden verzorgd door Gebroeders Guler. De totale herinrichtingsom van 3,6 miljoen Zwitserse Francs (ongeveer 2,4 miljoen euro vandaag) werd door verschillende overheden, de loterij en een legaat van Adrian von Stockalper bekostigd. Na aanleg is de tuin door de stichting Stockalperschloss aan de gemeente Brig-Gils geschonken, die de verantwoordelijkheid voor het onderhoud aanvaardde. Officieel heet de plek nog steeds kasteeltuin, wij zouden toch eerder van een parkje spreken en die functie heeft het wel zeker.

Park in de stad
Het loopt tegen vijf uur op een doordeweekse dag, midden in de herfst. Ondanks dit uur waarop iedereen normaal naar huis keert, zijn in het park diverse groepen mensen te zien. Ze zitten spelend bij elkaar. Wat jongeren dollen in het gras, hier en daar wandelt iemand alleen. Op een muurtje zit een jongetje hoopvol te wachten.
Omhoog kijkend zien wij hoe de torens van het slot de vallei nog steeds bewaken. Ginder in de zware slotmuren staat de gietijzeren poort uitnodigend open om te komen kijken naar een rijke historie die daarbinnen huist. Hier in het overzichtelijk parkje hangt een stille vredige rust die ons maant om nog even te blijven. Door het grote niveauverschil van het terrein is het hier boven van waar wij staan, aangenaam rondkijken naar de verschillende delen waaruit het park bestaat. Het eerst vallen de populieren op die in de hele vallei langsheen de provincieweg voorkomen. Populieren zijn een ongebruikelijke boomsoort midden in de stad. Zij trekken op dit moment nog meer de aandacht want hun kronen vangen het gouden licht van de zon, die dadelijk achter de berg zal verdwijnen. Door de heldere schittering in hun gebladerte dringen deze bomen de bergwanden terug tot slechts een diepblauwe donkerheid in de achtergrond. Tegelijkertijd vormen zij een duidelijke grenslijn voor de stad. De lage flatgebouwen zijn niet verstopt, ze liggen open aan de randen, zodat de bewoners een aangenaam uitzicht op het groen van dit parkje moeten hebben. Ondanks die sterke stadse aanwezigheid aan de randen hangt hier een heel landelijke sfeer.

Onderdelen
De ontwerper heeft in zijn creatie heel duidelijke onderdelen aangebracht, onderdelen die herkenbare elementen zijn uit de vallei: een wijngaard op de helling en een grasland met fruitbomen maken ons bewust van het feit dat we midden in Wallis staan, het zonnige fruitkanton met zijn specifieke wijnen. De gestapelde keermuren projecteren de berghellingen in het park en voor de entreepoort van het slot die via een imposante trap te bereiken is ligt een formele tuin met blokhagen en waterelementen. Deze formele tuin ziet er uit als een parterretuin, waarin acht onderdelen met elkaar verbonden worden door een middenas met verhoogde vijver. Grappig is dat alle blokhagen op een zodanige hoogte gesnoeid zijn dat waar men zich ook bevindt in deze tuin, de waterfonteintjes die omhoog spuiten helder te zien zijn, zeker door het lage licht waarin ze op dit uur gevangen worden.

Naast de formele tuin ligt het pomarium, de boomgaard. De opnieuw aangeplante appelbomen verbeelden de rijkdom van Wallis en verhogen nog eens het ruraal karakter van dit tuinpark. Ik leer dat Lädericher 1, een tafelappel, al in de 18de eeuw in Wallis stond te bloeien en dat de zoete tafel- en kookappel Nuvena vermoedelijk door de Romeinen in 73 na Christus in Wallis is aangeplant. Kijk, een Colosseum bouwen is een ding, maar een zoete appel door heel Europa aanplanten dat is toch ook wat. Daar profiteren wij bij het dessert nog steeds van.
Dwars door de boomgaard heen, als een diepe snede, ligt een sterk gekanaliseerd stroompje met hoog debiet waarbij men onvermijdelijk aan de snelle Rhônerivier moet denken. Opzij achter wat struiken een speelplaats voor de kleinsten, die er nu verlaten bijligt en waarschijnlijk midden op de dag meer bezoek trekt.

Details
Overal zijn bijzondere banken geplaatst; van halfrond hout gemaakt, hoog en breed met rechte rugleuningen. Ze staan een beetje verborgen in de hagen of zijn tegen de stenen keermuren geplaatst. Door het grijze granietsplit van de wandelpaden is de tekening van het ontwerp duidelijk te lezen, alles is ingedeeld in geometrische parten, overzichtelijk helder en rustgevend. Onze Zwitserse kennis brengt ons naar een klein rosarium dat ietwat verborgen naast de wijngaard ligt. Dit is het hoogst gelegen punt van de tuin, een optimaal gekozen plek in het ontwerp voor de rozen wier geur in de zomer hier tussen de stenen muren zal blijven rondzweven. Zes stroken zijn ingeplant met 450 rozenstruiken in 30 soorten. Een zinnelijk paradijs van Engelse rozen, oude soorten, hoogstam- en klimrozen.
Al deze details wijzen op een meesterschap in het ontwerp. Alles zit zo vernuftig in elkaar, maakt een sterk onderdeel uit van het geheel waarbij het ook de rest beïnvloedt zodat in ons gesprek de woorden Gesamtheit en Gestaltung herhaaldelijk vallen. Het geheel is hier meer dan de som der delen; er ontstaat alles tezamen een groter geheel dat uitstijgt boven dat wat men in de fysieke wereld kan aanschouwen; een grootheid die men alleen maar kan voelen als men er doorheen loopt en het zelf waarneemt.

We verlaten het parkje, dat een onuitwisbare indruk achterlaat die zich vermengt met de sfeer en de intimiteit van de straatjes en steegjes rondom het kasteel en de verderop gelegen barokke kerk. Enkele kloosterzusters begroeten ons in het voorbijgaan. Ik begin foto’s te maken van langgerekte schaduwen die de esdoorns werpen op de gepleisterde muren van het oude klooster. 

Michel Lafaille
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting
   
© 2006-2011 Copyright Michel Lafaille - alle rechten voorbehouden