Landschapspark Ermitage in Arlesheim

Het imaginaire theater

Vanuit mijn hotelkamer in het Gasthof Zum Ochsen kijk ik naar de honderden mensen die daar beneden gezellig keuvelend aan lange houten tafels zitten en een drankje en een hapje nuttigen in de herfstzon. Dit is Arlesheim, een wijnbouwdorp van amper 9000 zielen, verscholen tussen de glooiende heuvels van het Juragebergte, pal onder de rook van Basel-Stadt, net in Zwitserland. De mensen hier vieren traditiegetrouw de seizoenen en doen dat graag buiten, met verleidelijk ruikende streekgerechten, parelende witte wijn en grote pullen bier. De Banntag, de Fasnacht, het Stimmenfestival, het Eierlesen, de Sommernacht, de Frühlingsmarkt, de Herbstmarkt, het zijn er slechts enkele.
Dit is Baselbiet, het halfkanton Basel-land. Biet is een naam die verwijst naar het platteland rondom een stad. Een schilderachtig landschap vol wandelwegen door berg en dal, langs bloeiende boomgaarden en postkaartbeelden.

Bijzonder dorp
Het wachten is op de gids die me zal meevoeren naar het Ermitage park, ginder, wat hoger gelegen aan de rand van het dorp, waarvan ik de boomkruinen al zie uitsteken boven de leien daken en tussen de twee torens van de Dom van Arlesheim, die kleine Kathedrale zoals hij hier genoemd wordt. Hoe komt een dorp aan een echte dom? Een boeiend verhaal dat me terugvoert naar 1678 toen de godsdienststrijd was uitgewoed en de bisschop van Basel uit exil terugkeerde en zich hier vestigde in dit ‘vruchtbare, gezonde en vrolijke oord’ op slechts een uur koets rijden van de grote stad. 
Dit wachten geeft me de tijd om nog wat achtergrondliteratuur te lezen, plichtsgetrouw als ik ben, en me nog niet tussen de genietende mensen te begeven daar beneden om deze mooie herfstdag mee te vieren.
Ik lees over Arlesheim en de lokale historie. Wat me zo verwondert is dat hier in 1921 de eerste en tot 1960 enige antroposofische kliniek ter wereld te vinden was, opgericht door Ita Wegman. Jazeker, met steun van Rudolf Steiner zelf, de grondlegger van de antroposofie, die verderop in het aanpalende dorpje Dornach het Goetheanum liet bouwen, een monumentaal gebouw voor theater, conferenties en tentoonstellingen. Het is vandaag de dag het internationale centrum voor de antroposofie en vanuit het park zal ik straks op het indrukwekkende gebouw kunnen neer kijken. Het zal me lokken om er toch even naartoe te lopen en ik zal onder de indruk zijn van de bouwkunst van Steiner, die later veel architecten moet geïnspireerd hebben. Namen als Daniel Liebeskind of Paul Gehry zullen me door het hoofd springen. Maar dat wist ik allemaal nog niet.
Evenmin dat midden in het landschapspark de oude Birseck burcht is te vinden, een fors bouwwerk met als oudste datering 1239. Eens vergaan tot ruïne, thans gedeeltelijk een nieuw leven gegeven door de verbouwing zodat er concerten en toneelvoorstellingen kunnen plaatsvinden als ook feesten en partijen. Ik zal straks zelfs een bruidspaartje zien dat zich hier op deze dag had laten vereeuwigen.

Kraftorte
Een indrukwekkende domkerk, een antroposofisch centrum, een romantisch park, een oude burcht. Wat doen die bij elkaar? Hoe komen die zo dicht bijeen? Dat moet wel met deze plek in het landschap te maken hebben en dat is dan ook het mysterieuze aan dit bezoek; dit zou een Kraftort zijn.
Sinds enkele jaren is er in Zwitserland veel belangstelling voor dit onderwerp. Het boek van de wereldberoemde geobiologe Blanche Merz, Orte der Kraft in der Schweiz (AT Verlag 1998), sloeg in  als een bom en sindsdien kan men op geen toeristische plek meer komen of het is een Kraftort volgens de publiciteit. Dat heeft zeker met de tijdsgeest van doen, waarin veel mensen op zoek zijn naar hogere machten buiten de reguliere religies. Toch is de geobiologie, de wetenschap die de samenhang bestudeert tussen de aarde (gea) en het leven (bio) niet nieuw, getuige de Egyptenaren en de Maya’s met hun bouwwerken.
Maar wat is een Kraftort precies? Krachtplaatsen zijn heilige plaatsen waar van nature veel energie aanwezig is. Vroeger dacht men dat dit de plaatsen waren waar de goden vertoefden. De mens heeft altijd geprobeerd daar in contact te treden met de goden door er heiligdommen te bouwen, er te eren en te offeren. De bekendste zijn Stonehenge en Avebury in Engeland en de Externsteine in Duitsland. Maar overal in de wereld zijn zulke plekken te vinden die als zodanig worden beschouwd. Met de kerstening werden op de meeste van die krachtplaatsen kerken of kathedralen gebouwd, zoals bijvoorbeeld de kathedraal van Chartres.
Het interessante is echter wel dat deze energie gemeten zou kunnen worden via de Bovis meter, waardoor de echte krachtoorden te herkennen zijn. Hier in Arlesheim  zijn aardstralen van 75.000 Bovis-eenheden gemeten.
Ik leg mijn papieren neer en besluit me toch anders te kleden. Als het waar is dat op een natuurlijke wijze de Kraftorte veel voorkomen bij plekken als watervallen, kloven, grotten, rotswanden en bronnen, ja, dan staat me vanmiddag nog wat te wachten. De zoekende mens zou op de juiste plekken de subtiele energie zelf kunnen ervaren volgens mevrouw Merz in haar boek. De telefoon gaat en de receptioniste meldt dat mevrouw mijn gids is gearriveerd. Ik vind het alsmaar spannender worden.
 
Romantiek
Met een toch ietwat jaloerse blik op de dorpelingen die zitten te feesten verlaat ik met Helga, de vrouwelijke gids, de Ermitagestraße in de richting van de heuvels. Ik had graag blijven kijken naar deze gezellige samenkomst van inwoners die als figuranten in een ouderwetse plattelandsfilm zitten te genieten van hun eigen bestaan. Ik zal ze echter zo weer vergeten zijn want de betovering van het beekdal lokt mij naar voren en het fototoestel is niet stil te houden.
Ginds daarboven ligt de oude burcht die als het hart van dit landschapspark fungeert, het grootste Engelse landschapspark van Zwitserland (40 ha) dat in 1785 in opdracht van barones Balbina von Andlau en haar neef Domherr Heinrich von Ligerz is aangelegd. Enerzijds diende het als  attractie voor reizigers uit heel Europa naar en van Basel, maar vooral was het ten behoeve van en bedoeld voor de bevolking van Arlesheim en dat is toch wel heel bijzonder in die tijd als men bedenkt dat het eerste volkspark in Europa pas in 1911 in Hamburg is opengesteld. Men leefde toen in een tijd waarin Jean Jacques Rousseau en de verering van de natuur centraal stonden in onze Westerse beschaving. Denk aan het succes van zijn boek ‘Overpeinzingen van een eenzame wandelaar’ uit 1782 waarin hij zich manifesteert als de grondlegger van onze moderne natuurervaring. Nooit in de geschiedenis van de mensheid was de wilde natuur gezien als iets waaraan de mens genot konden ontlenen, natuur was altijd bedreigend en angstaanjagend geweest. Als een straf van God waartegen slechts het gebed en boetedoening kon helpen.
Daar tegenover stond de georganiseerde natuur, van de Renaissance of de Barok zoals bekend uit tuinen en parken waar boom en plant keurig in het gelid stonden. Alleen van de getemde natuur viel te genieten.
Sinds Rousseau de Alpen beschreef, wilden echter velen die met eigen ogen zien. Het hooggebergte is mede door zijn toedoen een toeristische attractie geworden. Voor Rousseau was de schijnbaar onherbergzame natuur het mooist, waar de mens urenlang alleen kon zijn met zijn dromen en mijmeringen, tot in de late schemering van de dag.
Overal werd dit ideaal nagebootst, in alle kunsten verscheen de natuur als een ideaal en in de tuin- en landschapskunst ontstond het romantische park, oftewel de Engelse landschapsstijl.

Klimmen
Helga vertelt honderduit over het pad dat we lopen en we klimmen ondertussen van 335 meter hoogte waarop Arlesheim zich bevindt naar 500 meter of zelfs meer. Ik begrijp van haar dat de Schweizer Heimatschutz in 2006 aan de Stichting Ermitage en het Schloss Birseck de befaamde Schulthess Gartenpreis uitreikte. De begeleidende brochure die ze me later toe zal sturen heette niet voor niets ‘De kunst van het wandelen’ en moedig stap ik verder. Vanwege het fotograferen kan ik nu en dan even halt houden om de omgeving vast te leggen en eerlijk gezegd komt dat goed uit op deze stevige tocht.
Ach wat, morgen is de spierpijn weer vergeten en zullen de foto’s getuigen van een prachtig land en van de meest vernuftige technieken die er ooit in de tuinkunst zijn toegepast. Want daar waar de moderne tuin of het hedendaagse park een beeld geeft van een wereld die af is, klipp und klar, bijna volmaakt in zijn ontwerp, daar geeft het landschapspark slechts suggesties, vermoedens, illusies. Om de mens te prikkelen.
Met slechts een half oor luister ik naar de historische verhalen, de verwijzingen naar de Griekse oudheid, de vertaling van de Latijnse inscripties. Helga de gids schijnt alles te weten. Zij verklaart en legt uit, onderwijst en beleert. Over de Apollogrot (god van het licht en de jeugd) en de Prosperpinagrot (godin van de onderwereld), de Diogenesgrot (Griekse filosoof, Ik zoek een mens) of over de Chinese Parasol die door het Franse leger is verwoest – nog als maar bergop – over de carrouselplaats en de terrassentuin, over de Tempel van de liefde en de Dianagrot (godin van de jacht). We klimmen en we klimmen. Daar boven staat het houten kruis en ginder de Eremietenkapel. Ze wijst me op een bordje met de tekst O Beata Solitudo, o sola beatitudo, oftewel Oh gelukkige eenzaamheid, Oh enige gelukzaligheid. Ze vertelt dat het meeste van wat hier vandaag nog te zien is dateert van na 1812 toen er flink is wederopgebouwd nadat het landvolk delen van de Ermitage in brand stak, geïnspireerd door de geest van de Franse Revolutie die over Europa waaide. Zoon Conrad von Andlau kwam terug naar Arlesheim nadat zijn moeder, de grondlegster van dit park, in exil was overleden. Hij leidde de wederopbouw die gedeeltelijk tot stand kwam, want vandaag moet nog steeds een en ander gebeuren.

Theater
Maar nog veel meer dan door dit wonderbaarlijke verhaal ben ik gefascineerd door de ontwerpprincipes en ontwerpmethodieken die hier zijn toegepast. Bewust of bij toeval ontstaan, dat doet er niet meer toe. Ze zijn aanwezig en er is voor elke ontwerper zoveel van te leren.
Op de gehele weg naar boven, naar de oude burcht, zijn er op diverse plaatsen plekken gecreëerd waar men van binnen naar buiten kan kijken. Tussen het groen van de struiken door, over de boomkruinen heen, door een open venster van een houten hut, vanuit de feestzaal van het kasteel en zo voort. Het ‘binnen-buiten’ principe waarbij de kijker afstand neemt en toch betrokken is wordt op een vindingrijke manier uitgespeeld. Er zijn kamers gemaakt, plekken in het bos, er is een plotse draai van het pad waardoor men in de bocht even stopt en terugkijkt – of al naar voren kijkt bij het afdalen – op het dorp en ginder in de verte de bewoonde wereld ziet liggen maar zelf nog in de eenzaamheid van de natuur is. 
Er zijn de vele kleine identiteiten die intelligent zijn opgebouwd en een veel grotere wereld suggereren, zoals de rots waar het water zachtjes afdruppelt, reeds begroeid door het mos als voortgang van de tijd en die een veel grotere en hevigere aanwezigheid van water doet vermoeden, ergens daarachter waar men het niet ziet.
Er is het kruis van de paden tussen de bedden van de kruidentuin, er is het zicht op een wandelpad in de verte – Kijk daar, twee mensen! Ik zwaai! Ze zien me niet! Ze horen me niet! – en er zijn de spreuken in vreemde talen uit verre landen, de vormgegeven tralies van het hekwerk en zoveel andere tekens uit de romantische benadering van het leven. De verwijzingen naar eenzaamheid, naar vriendschap en eeuwige trouw, naar verbroken liefdes. Kortom, instrumenten waar het gevoel mee op stap kan gaan en de fantasie geprikkeld wordt, zoals dat gebruikelijk was in de Duitse Romantiek en zijn hoogtij kende in het Sublieme in de kunsten.
En is dat niet het grootste verschil tussen een landschapspark en een pretpark, dat het eerste de suggestie geeft van een beleving en het tweede slechts de beleving zelf?
Overal zijn er mensen aanwezig die net als wij genieten op hun manier van deze theatrale eenzaamheid. Kinderen die fantaseren, een ouder wandelpaar, een bruidspaartje dat zich laat vereeuwigen, een paar jongedames die zitten te dromen.
Het is een adembenemende belevenis en een diepe ervaring om hier in de stilte van het bos te kunnen wandelen, om de technieken van het imaginaire theater te bestuderen.

Steiner
Kom, zei Helga, voordat we terugkeren laat ik u nog kennismaken met het Goetheanum. We dalen weer af en kuieren langs wat villatuinen aan de rand van het dorp. En plots, even indrukwekkend als daarstraks van bovenaf, ligt daar als een vreemd corpus het gigantische betonnen complex van Rudolf Steiner. Zoals in de gehele antroposofie hangt alles met alles samen en is de vormgeving van dit gebouw tot in de kleinste details doorgevoerd, ramen, hoeken, maten, doorgangen, deurklinken, straatlampen. De antroposofie is een weg van inzicht, die het spirituele in het wezen van de mens naar het geestelijke in het heelal wil voeren, zei Steiner zelf. Dat betekent tegenwoordig misschien eerder bewustzijn van je mensdom, dacht ik en dat was een mooie gedachte om mee terug te wandelen naar het hotel waar koffie en verse fruittaart zouden klaar staan, terwijl buiten in het laatste zonnestralen van de namiddag de lage houten feesttafels werden opgeruimd en de geur van de herfstavond over het land neerdaalde. Zoals hoort bij een echt krachtoord.

Michel Lafaille
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting
   
© 2006-2011 Copyright Michel Lafaille - alle rechten voorbehouden